Geschiedenis

Expansie
In 1217 zendt Franciscus zijn volgelingen vanuit Assisi naar alle windstreken. Elf jaar later vestigen de eerste minderbroeders franciscanen zich in de lage landen. In Utrecht komt rond het midden van de dertiende eeuw het hoofdklooster. Omstreeks 1500 zijn er zo'n 25 kloosters, verspreid over de Nederlanden. Met de komst van de Reformatie in de zestiende eeuw, worden de franciscanen uit Holland en Zeeland verdreven en sommigen zelfs vermoord, onder wie elf van de negentien 'Martelaren van Gorcum'. In het Zuiden van wat nu Nederland is, blijven de kloosters behouden. Van daaruit zijn de franciscanen actief in het pastoraat. Waar ze verjaagd waren, betrekken zij al snel pastorieën en verzorgen de eredienst in schuilkerken. 

Verval en herstel
Door tegenwerking van de overheid, treedt er in de eerste helft van de negentiende eeuw een tijd van verval in. Het aantal franciscanen neemt drastisch af. Aan deze periode komt een eind wanneer in 1853 de 'bisschoppelijke hiërarchie' wordt hersteld en de Rooms-Katholieke Kerk haar oude rechten weer terugkrijgt. Datzelfde jaar wordt de zelfstandige Nederlandse provincie van de minderbroeders franciscanen officieel opgericht. De orde groeit snel. Franciscanen werken in parochies in de grote en middelgrote steden (foto: franciscanenklooster in Weert). Daarnaast geven ze les op middelbare scholen die de orde heeft opgericht voor minder draagkrachtigen en doceren ze aan hun eigen opleidingsinstituten. Ook zijn franciscanen te vinden in alle geledingen van het katholiek maatschappelijk leven. Op het pastoraal gebied ontstaan er franciscaanse initiatieven in gebieden waar relatief weinig katholieken wonen: Noordoost Nederland, Noordholland-Noord. Oecumene daarbij veel aandacht. De expansie blijft niet beperkt tot de landsgrenzen. Nederlandse franciscanen gaan missioneren in China, Brazilië, Brits-Indië (later opgedeeld in India en Pakistan), Japan, Indonesië en (in 1937) het huidige Papoea.

Kentering
Onder invloed van allerlei snelle veranderingen in kerk en maatschappij, loopt na het midden van de vorige eeuw het aantal intredingen sterk terug. In 1967 valt het besluit de eigen opleiding te beëindigen en deze samen te voegen met onder meer die van de bisdommen Utrecht en Groningen in wat nu de Tilburg School of Theology is, met Tilburg en Utrecht als locaties. Kloosters worden gesloten en verkocht of omgevormd tot zorgcentra voor oudere franciscanen. Franciscanen doen afstand van scholen en parochies en trekken zich terug uit missiegebieden. De aandacht gaat meer en meer uit naar de ouder wordende broeders en de kwaliteit van hun religieuze leven. Met het oog op de toekomst is besloten het klooster in Megen en een communiteit in Amsterdam in te richten tot plekken waar nieuwe broeders die zich vooral in het tweede decennium van de eenentwintigste eeuw hebben aangemeld kunnen ingroeien in het franciscaanse leven. Dit vanuit de hoop en de verwachting dat - zoals de geschiedenis van de provincie aantoont - de broederschap zich steeds weer vernieuwt.

webdesign: Artis.