Roepingen in de bijbel
In de Bijbel wordt, zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament, op vele plaatsen over 'roeping' gesproken. Naar enkele passages wordt onderstaand verwezen
|
Mattheus 4,19: |
.....en Hij sprak tot hen: "Komt, volgt Mij: Ik zal u vissers van mensen maken"..... |
|
Mattheus 12,18: |
.....zie, Mijn Dienaar die Ik heb verkoren, Mijn Welbeminde, in wie Mijn ziel behagen vond..... |
|
Marcus 3,13: |
.....Hij zag Levi en sprak tot Hem: "Volg Mij". De man stond op en volgde Hem..... |
|
Lucas 6,12: |
.....de roeping van de twaalf apostelen..... |
|
1 Korinte 1,26: |
.....denkt maar aan uw eigen roeping, broeders..... |
|
Efeze 4,1: |
.....leidt een leven dat beantwoordt aan de roeping die gij van God ontvangen hebt..... |
|
Tessalonica 1,11: |
.....dat Hij u zijn roeping waardig maakt en al uw goede voornemens en elke daad van uw geloof met macht tot volkomenheid brengt..... |
|
2 Timoteus 1,9: |
.....die ons gered heeft en geroepen met een heilige roeping, niet op grond van onze verdiensten, maar volgens het vrije besluit van zijn genade..... |
|
Hebreeen 3,1: |
.....daarom, mijn broeders, gij die door een hemelse roeping geheiligd zijt, richt uw ogen op Jezus, de apostel en hogepriester van het geloof dat wij belijden..... |
|
1 Petrus 2,21: |
.....en het is ook uw roeping, want Christus heeft voor u geleden en u een voorbeeld nagelaten; gij moet in Zijn voetstappen treden..... |
|
2 Petrus 1,10: |
.....daarom, broeders, doet uw best om steeds meer aan Gods roeping en uitverkiezing te beantwoorden...... |

