Roepingsverhaal Frans Gerritsma
Ik ben Frans Gerritsma en ben 63 jaar. Op mijn 21e ben ik ingetreden bij de franciscanen. Woon nu al meer dan 20 jaar in het hartje van Amsterdam en was werkzaam in een Rijksinrichting voor jongens, in parochies en in een ziekenhuis. Momenteel zit ik in het bestuur van de franciscanen.
Toen ik intrad wilde ik, net als zoveel jongeren van mijn leeftijd, priester worden om zo aan een betere wereld te werken. Daar geloofden we heilig in. Dat is bij mij gevoed door een bijzondere ervaring, die me op weg zette naar het religieuze leven. Deze wereld was voor mij niet helemaal onbekend. Ik kom uit een katholiek nest en er waren paters in de parochie. Het lag wat voor de hand dat ik bij de franciscanen zou intreden. Ook al omdat ik me bij kennismaking er gauw bij thuis voelde.
Het leven in een broederschap is niet altijd gemakkelijk. Je hebt met veel karakters te doen, maar voor mij is de broederschap vooral een voedingsbodem geweest voor de zaken die mij ter harte gingen. Zo kreeg ik kans om spiritualiteit te studeren en me verder te bekwamen in meditatie. De broederschap houdt je levend. Ik voel me een religieus mens en hoop daar verder in te groeien. Daarbij is de hulp van anderen, broeders, bondgenoten, voor mij onontbeerlijk.
Groeien vind ik belangrijk. Vooral groeien in geloof en religiositeit. Iedere leeftijd heeft daarin zijn eigen groeimomenten en ook wat je overkomt, vraagt om een plaats te geven in je leven. God ervaar ik als ruimte en ik voel naarmate ik minder ruimte inneem Hij meer de ruimte krijgt.
Het leven als broeder is voor mij steeds vanzelfsprekender geworden. Het geeft ruimte om de wereld te bekijken met de ogen van God, zoals Franciscus en Clara de wereld bekeken hebben met de ogen van God. Het houdt je wakker om in opstand te komen waar de mens en de schepping in de knel komen. Zonder broederschap zou ik dat gauwer laten afweten, omdat ik me dan drukker moet maken om mijn eigen hachje.
Ik zou de wereld wat armer vinden zonder plekken waar mensen zich bezinnen op hun diepste roeping. Mens voor God en mens voor de mens te zijn.

