WOORDEN VAN FRANCISCUS EN CLARA:
De broeders moeten zich verheugen wanneer zij leven tussen waardeloze en verachte mensen, armen en gebrekkigen, zieken en melaatsen en bedelaars langs de weg.
Naamloos document

DEKEN ROESSTRAAT 13
3581 RX UTRECHT
T 030 232 40 80
F 030 232 40 81
E PROVINCIALAAT@FRANCISCANEN.NL

Roepingsverhaal Louis Bohte

Louis BohteLouis Bohte (62) woont al enkele jaren (sinds 2003) in Bethlehem, Palestina, waar hij zich langs allerlei wegen inzet voor vrede en gerechtigheid.

Ik ben traditioneel begonnen en wilde priester worden. Bij ons kwam Montanus Versteeg ofm over de vloer vanuit het bedrijfsapostolaat en zo ben ik de kant van de franciscanen opgegaan. Tijdens mijn studie in de tweede helft van de jaren zestig kreeg ik te maken met studiegenoten, die geen priester konden worden vanwege een relatie. Bovendien hadden en hebben ‘leken’ weinig ruimte voor inbreng in de kerk. Om deze redenen ben ik geen priester geworden.

Achteraf heeft deze keuze mij veel opgeleverd. Ik raakte in 1977 verzeild in de wereld van de jeugdhulpverlening via Bijzonder jeugdwerk, eerst als geestelijk verzorger op een klein internaat, maar binnen enkele maanden werd ik al gevraagd om coördinator geestelijke verzorging te worden voor heel BJ, dat toen 20 internaten over het hele land verspreid telde. De reden was dat ik voor alle kerken functioneerde, hetgeen ook in de coördinerende rol het geval was. Deze beleidskeuze was gebaseerd op het voorkomen dat jongeren voor onwezenlijke keuzes geplaatst werden. Deze positie beviel mij prima en ik functioneerde na enkele jaren ook voor het humanistisch verbond.

In september 1978 vroeg oud-medebroeder Loek Hentzen mij om vaste bewoner te worden in een huis voor resocialisatie van ex-verslaafden in Rotterdam. In feite heb ik drie jaar met verslaafden gewoond. Ik heb daar veel geleerd. Het opvallendste waren twee ervaringen: aan de ene kant leerde ik van onderop naar de samenleving kijken en aan de andere kant ontdekte ik, dat ook niet-verslaafden zich als verslaafden gedragen: liegen, bedriegen en manipuleren om hun zin door te drijven. In die tijd gebeurde iets opmerkelijks.

Ik heb één keer meegedaan aan de solidariteitsdemonstratie met de dwaze moeders van Plaza de Mayo in Buenos Aires. Dat was een tocht van het Binnenhof naar de Argentijnse ambassade. Aan het eind kon wie wil naar een naburige kerk gaan voor een gebedsdienst. Je zou van mij als franciscaan verwachten, dat ik daarheen zou gaan. Maar iets riep me weer naar huis te gaan en ik was benieuwd wat ik onderweg zou tegenkomen, wat mij naar huis riep. Zo ging ik naar station Holland Spoor, pakte de trein naar Rotterdam CS, de metro naar Maashaven en de tram naar Charlois.

Eenmaal thuisgekomen zag ik nog net een laatste poging van de dienstdoende werker om een bewoner aan het werk te zetten voor die middag, tevergeefs. Ik heb eerst rustig een boterham gegeten, ben met de jongeman gaan praten en hij ging iets doen. De ervaring met verslaafden bracht mij op het spoor van de huiskamer voor verslaafde straatprostituées in Amsterdam en leerde mij wat er aan ellende in de wereld is door sexueel misbruik. Ik zal nooit vergeten, wat een vrouw een keer tegen mij zei: dat ze er nog van droomde om als maagd het huwelijk in te gaan. Dit spreekt boekdelen over wat haar in haar leven overkomen is.

In Heerlen kreeg ik eindelijk de kans om ook actief in het vredeswerk te worden. Van daaruit kreeg ik de kans om als burgerwaarnemer naar het Midden Oosten te gaan met als standplaats Bethlehem via United Civilians for Peace. Dit was in oktober 2001. Dat beviel me zo goed, dat ik graag terug wilde komen. Als franciscaan was dat mogelijk. Ik ben eerst een half jaar hier in Bethlehem geweest om te zien of het zou klikken met de communiteit. Dat was vanaf eind oktober 2002 tot pasen 2003. Het was een tijd van uitgaansverboden. Ik heb ermee leren omgaan en ik vermoed, dat dit voor de communiteit een steun was. Aan het eind van deze periode zou ik een evaluatie schrijven zoals dat betaamt. De grote lijn voor mijn toekomst werd mij op zaterdag 5 april aangeleverd. Ik kwam om kwart voor vier weer op mijn kamer vanuit het instituut, waarvoor ik werkte, en om vier uur ging ik weer naar buiten. Ik wist niet waarom.

Toen ik buiten op de Manger square bij het Vredescentrum kwam, verschenen aan de overkant drie Israëlische jeeps. Ik liep gewoon rechtdoor en de voorste jeep stopte, precies in mijn baan. De chauffeur deed de deur op een kier open. Bij de jeep aangekomen vroeg ik: What are you doing here? De deur ging dicht en de man reed verder. Nu wist ik wat mij te doen stond. Ik liep achter de jeeps aan. Ondertussen waren jongelui en kinderen verschenen, die stenen begonnen te gooien. Toen de derde jeep schuin aan de overkant was aangekomen, stopte de jeep en de achterdeur ging open. Een soldaat met machinegeweesr stapte uit. Hij zag mij, stapte meteen weer in de jeep, die verder reed. Kennelijk moet ik hier voor de vrede en de toekomst van de jeugd zijn.

Zo ben ik voorzitter van de commissie voor Gerechtigheid, Vrede en Eerbied voor de Schepping voor de broeders van de custodie van het Heilige Land en ben ik een jongerencentrum in een voornamelijk door moslims bewoonde plaats vlak bij Bethlehem begonnen. Door een bomaanslag ligt dit nu stil, maar het is een uitdaging om met kwaad om te gaan zonder nieuw kwaad voort te brengen. Via dit centrum heb ik een knul leren kennen, Mohammed met als nickname (bijnaam) Hajj, die helemaal weg is van rap. Zijn ouders hebben mij gevraagd om zijn manager te worden. Hajj heeft als maatje voor de rap en iets oudere knul, die ook Mohammed heet. Het is een voorrecht hen te kennen en mee op te trekken. God is niet eenkennig.
 

webdesign: www.art-is.nl