WOORDEN VAN FRANCISCUS EN CLARA:
De broeders moeten geven aan ieder die hun iets vraagt en mogen niet terugvragen van wie hun iets afneemt.
Naamloos document

DEKEN ROESSTRAAT 13
3581 RX UTRECHT
T 030 232 40 80
F 030 232 40 81
E PROVINCIALAAT@FRANCISCANEN.NL

Theo van Adrichem

 

Broeder Theo van Adrichem (56 jaar), woonachtig in de communiteit van de Derkinderenstraat in Amsterdam Slotervaart.

1 Kun je in één zin zeggen wat volgens jou ‘roeping’ is?
Roeping is je laten raken en aanspreken door anderen/door God op de (misschien onvermoede) mogelijkheden, die je gegeven zijn om deze wereld bewoonbaar te maken.  
 
2 Wanneer ben je broeder/zuster geworden en waarom?
In 1980 ben ik ingetreden in de broederschap omdat ik daarin een bedding hoopte te vinden voor mijn leven. Die stap heeft mij echt goed gedaan en mijn leven verrijkt, tot op de dag van vandaag..
 
3 Wie of wat is er stimulerend voor je geweest om je weg te gaan?
Als kind vond ik het leuk om mee te gaan naar de kerk. We hadden een hele jonge parochie met enthousiaste pastores. En ik vond het leuk misdienaar te zijn en de koster te helpen. Werken in de kerk leek me heel mooi, vooral het contact met mensen. Zo kwam ik ertoe om  theologie te gaan studeren met de bedoeling om pastor te worden. Toen het einde van de studie dichterbij kwam vroeg ik me af hoe mijn toekomstige leefsituatie eruit zou gaan zien. Het vooruitzicht om als pastor ergens alleen te wonen trok mij niet aan. De laatste jaren van mijn studie woonde ik in een leefgroep van theologiestudenten. We hadden een bescheiden ritme van bidden, bezinnen en samen eten. Ik merkte dat me dat goed deed.
Religieus leven kende ik al langer via enkele ooms en tantes in het klooster, waaronder een oom Franciscaan en een tante Claris. En Franciscus van Assisi boeide mij bijzonder door zijn eenvoud en blijmoedigheid. Dat alles bij elkaar heeft mij geleid naar de broederschap.          

4 En wie of wat hield je er aanvankelijk vanaf?
In die tijd al liep het aantal broeders terug en ik stelde me de vraag of de zorg voor de bestaande broederschap niet als een last zou kunnen gaan werken voor de enkelingen die intraden. Ik merkte echter dat er in de broederschap een beleid was, waarin al het bestaande niet kost wat kost moest worden voortgezet. Er was ook bereidheid om dingen los te laten en zo ruimte te behouden voor andere, nieuwe wegen. Dat gaf mij vertrouwen.
 
5 Wat betekent de broederschap/zusterschap voor je?
Broederschap betekent voor mij elkaar dragen en verdragen, elkaar bemoedigen en uitdagen. Ik noem daarbij ook uitdrukkelijk de band met de Clarissen en enkele Franciscanessen als een verrijking. Overigens is de broederschap er niet omwille van zichzelf. Ik vind het heel belangrijk dat we open gemeenschappen zijn, gastvrij en betrokken op mensen om ons heen.
Verder ervaar ik het als een geweldige rijkdom dat we deel uitmaken van een wereldwijde broederschap. In 1991-1992 mocht ik dat heel concreet ervaren omdat ik die jaren in verschillende communiteiten in Brazilië heb gewoond. Zo’n ervaring verbreedt je horizon, laat andere mogelijkheden zien, relativeert je eigen situatie én doet je met nieuwe ogen naar je eigen situatie kijken, waardoor je die soms weer meer gaat waarderen.
Bovendien kunnen we ook elkaar als broederschappen over grenzen heen ondersteunen en dingen samen doen, zoals nu de vorming van nieuwere broeders samen met de Duitse broederschap. Het is heel goed om dat met meerdere leeftijdgenoten samen te doen en dat kan in internationaal verband.

5 Hoe ziet je dagindeling eruit? Wat doe je voor werk?
Tegen zeven uur loopt mijn wekker af en dan luister ik naar het nieuws. Daarna om half acht het gezamenlijk ochtendgebed, soms met eucharistie en vervolgens ontbijt. De verdere invulling van de dag is heel gevarieerd met werkzaamheden thuis of in de stad of bijeenkomsten, ontmoetingen of cursussen elders. Als ik thuis ben sluit ik aan bij de koffietijd en middagboterham in huis. Om 17.45 uur hebben we avondgebed en aansluitend warme maaltijd. ’s Avonds heb ik soms activiteiten buitenshuis, zoals vrijwilligerswerk in een inloop voor dak- en thuislozen of deelname aan een interreligieus beraad in ons stadsdeel.
Vanaf 22.00 uur is er gelegenheid voor onderlinge ontmoeting in onze communiteit. Bij voorkeur lig ik tegen middernacht in bed en luister dan nog even naar het nieuwsbericht alvorens me toe te vertrouwen aan de slaap.
Ik ben (minimaal) twee dagen per week werkzaam bij de Open Deur, kerkelijk centrum voor informatie, gesprek en begeleiding, op het Begijnhof in het centrum van Amsterdam. Daar komen allerlei mensen voor gesprek over geloofs- en levensvragen. Ook mensen die vastgelopen zijn zoeken daar iemand die met hen naar uitwegen wil zoeken. Het betreft mensen die vastgelopen zijn bij allerlei instanties én in toenemende mate ongedocumenteerde mensen, die (nog) geen verblijfsstatus hebben. Zij mogen niet werken en hebben geen enkel recht op ondersteuning. Sommigen van hen zijn heel kwetsbaar vanwege hun lichamelijke en/of geestelijke conditie.
Verder heb ik verschillende taken binnen de broederschap op het gebied van vorming van studie en in het Franciscaans Jongerenwerk. Al met al leid ik een vrij dynamisch leven! 

6 Wat betekent God voor jou als broeder/zuster?
God is voor mij Degene aan wie alles toebehoort en die mij draagt. Aan Hem mag ik me toevertrouwen, juist ook op momenten dat ik mijn eigen grenzen ervaar of het zelf niet meer weet. Ik hoef en kan niet alles zelf oplossen. En vooral, ik mag er op vertrouwen dat God mij het goede zal ingeven.  
 
7 Maak de volgende zin af
“Een wereld zonder broeders/zusters is als een stoep zonder onkruid tussen de tegels.”
 
8 Mijn levensmotto is:
Vrede en Vreugde

webdesign: www.art-is.nl