WOORDEN VAN FRANCISCUS EN CLARA:
De broeders moeten zich verheugen wanneer zij leven tussen waardeloze en verachte mensen, armen en gebrekkigen, zieken en melaatsen en bedelaars langs de weg.
Naamloos document

DEKEN ROESSTRAAT 13
3581 RX UTRECHT
T 030 232 40 80
F 030 232 40 81
E PROVINCIALAAT@FRANCISCANEN.NL

Roepingsverhaal Wim Pot

Wim PotWim Pot (geb. 1965) is novicemeester van de broeders in Nederland en onlangs priester gewijd. Hij is betrokken bij het franciscaans jongerenwerk en de franciscaanse vredeswacht. In de communiteit van Megen is hij verantwoordelijk voor de bibliotheek en tuin.

1. Kun je in één zin zeggen wat volgens jou ‘roeping’ is?

Roeping is voor mij leven vanuit het besef dat je op ‘je plek’ bent. Dat wil zeggen dat je die dingen doet die helemaal beantwoorden aan wat je ten diepste (waar God tot je spreekt) verlangt. Er zit een element in van aangesproken worden en daar op antwoorden.

2. Wanneer ben je broeder geworden en waarom?

Ik ben in 1995 broeder geworden, nadat ik in 1994 voor het eerst kennis gemaakt had met de minderbroeders in Megen. De persoon van Franciscus sprak me bijzonder aan, maar ook waar de broederschap voor wil staan. Mijn verlangen sloot daar gemakkelijk bij aan.

3. Wie of wat is er stimulerend voor je geweest om je weg te gaan?

Mijn ouders en familie zijn belangrijk geweest, omdat ik van hen mijn gelovige opvoeding heb gekregen met regelmatig kerkbezoek en bidden bij het eten. Boeken en gesprekken hebben ook een rol gespeeld. Maar veel gebeurde ‘aan de binnenkant’ in stille tijden en persoonlijk gebed.

4. En wie of wat hield je er aanvankelijk vanaf?

Er was niet zoveel wat me er van afhield, hoogstens het definitieve van de keuze, die andere mogelijkheden afsluit. Ik wist niet precies in welke mate mijn religieus verlangen aan zou sluiten met de feitelijke levenswijze.

5. Waarom ben je vandaag de dag broeder?

Ik noem dat roeping. Omdat ik in 1995 begonnen ben en omdat het leven als religieus en onze franciscaanse spiritualiteit nog steeds aan mijn verlangen beantwoord. Dat vorm geven houdt me bezig. Het is ook een verlangen naar God. Het zit niet zozeer in de activiteiten of de werkzaamheden die ik doe, ook al is dat bevredigend en zinvol.

6. Wat betekent God voor jou als broeder?

Zonder Hem zou ik hier niet zijn. Hij is het Leven.

7. Maak de volgende zin af: “Een wereld zonder broeders is als……”

Werken zonder vakantie.

8. Mijn levensmotto is:

Heb ik eigenlijk niet, maar er zit veel waarheid in ‘leven zonder eigendom’ of: door de dood naar het leven.
 

webdesign: www.art-is.nl