De franciscanen die hun leven hebben opgeofferd in de tijd van de pest

Broeders van de custodie van het Heilig Land vieren het feest van Antonius van Padua (Bron: custodia.org)

De Custodie van het Heilige Land

De franciscaanse geschiedenis kent zeer veel namen van religieuzen die hun leven hebben opgeofferd om de zieken ter zijde te staan in tijden van epidemieën. 407 religieuzen zijn sinds 1619 tot heden aan de pest gestorven, volgens de officiële bronnen van de archieven. Ook anderen zouden in de voorgaande eeuwen zijn gestorven, al zijn ze niet gedocumenteerd. Door de eeuwen heen hebben de franciscanen in het Heilige Land in Jeruzalem een fundamentele rol gespeeld in het zorgen voor de zieken en in de spirituele hulp van de gelovigen.

Tijdens de grote pestepidemieën in 1347 en 1370 waren de werkzaamheden van de franciscaanse artsen in het Heilige Land doorslaggevend, dankzij de vakkennis van de broeders. De custodie van het Heilig Land haalde broeders die bekwaam zijn in wetenschap en geneeskunde uit Europa, zoals de "Varia" van het Heilige Land vertellen. Uit de geschriften van pelgrims die terugkwamen uit het Heilige Land blijkt ook dat de Franciscaanse doktoren hoog in aanzien stonden bij de lokale bevolking en de moslimautoriteiten.

De Grootmoefti van Jeruzalem zelf werd door de dokter van het klooster van de Heilige Verlosser, Fr. Giovanni da Bergamo behandeld, zoals P. Boucher meldt in 'Le bouquet sacré' (Lyon, 1660). Een ander beroemd geval is dat van de Pasja van Akko, Muhammed al-Gezzar, die verschillende keren pater Francisco Lopez, een dokter in Jeruzalem, in zijn paleis ontbood.

In het Heilige Land, waar geen leprakolonies bestonden (er is pas informatie vanaf 1785), moesten de franciscanen zelf voorzorgsmaatregelen nemen, gericht op beperkte besmetting in tijden van epidemieën. Zodra het nieuws arriveerde dat de pest de stad had bereikt, kondigde het Custodiaal Discretorium, het bestuursorgaan van de custodie, dat wat bekend stond als 'de lockdown' af: niemand - religieus of leek - mocht het klooster verlaten en alle contacten met de buitenwereld werden behartigd door een verantwoordelijke, die ook was aangesteld om de naleving van deze regel te verzekeren. Het lijkt op wat er gebeurde met de Covid-19-pandemie, toen de Custos van het Heilig Land de broeders vroegen om de kloosters niet te verlaten tot er nieuwe instructies waren.

"Toen ik de maatregelen van de Custos las, was het eerste dat in me opkwam precies 'de lockdown'", zegt Br. Narcyz Klimas, adjunct-archivaris van de custodie. "Ik heb het verleden en het heden meteen vergeleken. Net als toen hebben sommige broeders vandaag toestemming gekregen om naar buiten te gaan." In het verleden bleven sommige religieuzen tijdens de pest buiten. Zij waren meestal de pastoor en de parochiemedewerker. In het jargon werden zij de 'blootgestelde' genoemd. Bij het uitvoeren van hun activiteit van de zielzorg, liepen ze het risico de ziekte op te lopen en te sterven. Afzondering van de rest van hun broeders, opgesloten in het klooster vanwege de 'lockdown', maakte hun dood nog moeilijker. De franciscanen zetten zich echter in voor de zorg voor hun kudde met een geest van naastenliefde en probeerden zichzelf natuurlijk zo goed mogelijk te beschermen. Een voorbeeld is het gebruik van een bepaald instrument, de 'comunichino': dit waren zilveren tangen die eindigden met een soort communieplaat of pateen die werd gebruikt om de eucharistie te verspreiden zonder in nauw contact te komen met de gelovigen.

De medicijnenstudie is altijd belangrijk geweest in de 0rde van de minderbroeders. De heilige Franciscus zelf beveelt in hoofdstuk VI van zijn ordesregel aan om voor de zieken te zorgen, "want als een moeder haar lichamelijk kind voedt en liefheeft, met hoeveel meer liefdemoet iemand zijn geestelijke broer liefhebben en voeden? " Dit is ook de reden waarom de franciscanen eeuwenlang de activiteit van de apotheek van de Heilige Verlosser hebben voortgezet, die we uit de 14e eeuw kennen. "Heel lang was de apotheek van de broeders de enige in Jeruzalem", legt Fr. Narcyz. "Veel Arabieren kwamen voor behandeling, waaronder moslims en zelfs joden tot ongeveer 1935."

De custodie van het Heilig Land blijft vandaag de dag veel aandacht schenken aan de waardigheid van de mens, verbonden met de schepping die hem omringt. Dat zijn de onderwerpen die worden behandeld door de Commissie voor Gerechtigheid, Vrede en Eerbied voor de Schepping (GVES).

In deze periode van de pandemie heeft de custodie materiële en spirituele steun verleend door middel van parochies verspreid over het Heilige Land, en is het een deel van het salaris blijven betalen van de werknemers die in de Palestijnse gebieden wonen en die niet de garantie hebben economische steun, zoals wachtgeld.

"De rol van de broeders in de pandemie is vanuit spiritueel oogpunt nog steeds belangrijk, "vervolgt Fr. Narcyz: "onze broeders bidden voor de zieken en zijn ook een steun in deze Paastijd. Toen mensen de broeders voorbij zagen komen in de straten van de oude stad die op Goede Vrijdag de Kruisweg baden, ervoeren ze weer moed.”

De geschiedenis van de franciscanen in de archieven van de custodie van het Heilige Land blijft tot op de dag van vandaag een belangrijke ervaringsbron om op te putten in moeilijke tijden. "De Custos van het Heilig Land gebruikt vaak de bronnen van onze custodiale archieven," vervolgt Fr. Narcyz: "zoals in het geval van het gebed tot de heilige Antonius, die hij in deze moeilijke tijden heeft gevraagd te bidden." Het is aangepast aan het gebed van het triduüm tot de heilige Antonius uit 1917. Toen vroegen de broeders de heilige Antonius om zijn voorspraak tegen de dreiging van het in Turkse handen vallen van het Heilig Land tijdens de Engels-Turkse oorlog. Als dank werd Sint Antonius op 13 juni 1920 uitgeroepen tot de patroonheilige van de custodie van het Heilige Land. ” Ook in 1915, toen Jeruzalem werd overspoeld door sprinkhanen, wendden de broeders zich tot Sint Antonius. Dat toont aan dat zijn voorspraak ook nuttig is in tijden van natuurrampen. “Elke avond na het gebed van de Vespers blijven we bidden tot St. Antonius en we zullen dit blijven doen tot deze pandemie eindigt”.

Dit artikel van Beatrice Guarrera is in het Nederlands vertaald door Wim Pot ofm

webdesign: Artis.